'Nôh, nôh, wat een bes varken heb ieleu daor hang'n'

NOORDIJK - 'Nôh, nôh, wat een bes varken heb ieleu daor hang'n.' Deze zin stamt uit de tijd dat de buren nog gezellig op bezoek kwamen om te 'vetpriezen', om het huisgeslachte varken te keuren. Als het vet 'steentjesdik' was, dan werd er een borreltje geschonken en een vleeshapje geserveerd. Eeuwenlang was het vetpriezen een jaarlijks gebruik. Sinds eind zestiger jaren van de vorige eeuw is het niet meer dan folklore, een gebruik dat vanaf 1999 in stand wordt gehouden door de historisch vereniging 'Old Noordijk'. Op zaterdag 17 november is de twintigste keer dat het vetpriezen wordt gehouden.

Door Rob Weeber

Traditioneel vinden het vetpriezen en aanverwante activiteiten weer plaats in de kleine dorpskern rondom de Oale Schole en 't Haarhoes. Het evenement is al jaren doorgedrongen tot ook andere delen van Nederland en wordt bezocht door zo'n 1.500 tot 2.000 bezoekers. Tijdens de dag wordt het opgehangen varken voor het zicht vakkundig 'afgesneden' en wordt er 'mètgesnieden'. Er wordt worst en erwtensoep gemaakt en kaantjes oftewel 'schraömkes' uitgebakken. Natuurlijk ontbreken ook de traditionele vleessoorten niet, zoals balkenbrij, baklever, bakbloedworst, hoofdkaas en rolletjes in het zuur, spekrolletjes met binnenin gekruid vlees. Alles wordt verkocht, er blijft niets over van het varken. Zelfs het staartje en de pootjes zijn lekker, voor de erwtensoep. Het huisslachten is niet meer van deze tijd, maar het vetpriezen laat nog steeds fraai zien hoe men in vroegere tijden met zijn voedsel omging.

Johanna Reurink en Dirkje Lammertink zijn bestuurslid van de historische vereniging. Samen met Jan Markink (vrijwilliger bij museum de Oale Schole), zijn zij betrokken bij de organisatie van het evenement. Dirkje is zelf afkomstig van de boerderij en kent het vetpriezen van vroeger. "Het huisslachten heeft bij ons tot eind jaren zestig plaatsgevonden. Daarna werd het te duur door wet- en regelgeving. Als het varken eenmaal aan de ladder hing, dan werden eerst de mooiste stukken vlees voor de notabelen van het dorp afgesneden, zoals de dokter, dominee en schoolmeester. De rest was voor eigen gebruik. Varkens voor de huisslacht wogen wel 25 procent meer dan tegenwoordig. Het vetpriezen was gewoon een gezellige gelegenheid voor de buren om elkaar te ontmoeten, met een hapje en een drankje. Bij ons op de boerderij werd tegelijk met het varken ook een koe geslacht. Voordeel daarvan was dat je 'half om' producten kon maken. Om het vlees te kunnen bewaren, werd het onder andere gezouten. In de kelder stond een kuip waarin het spek werd gezouten. Later deed de diepvriezer het werk."

Naast het vetpriezen zijn er nog vele activiteiten te zien, waaronder oude ambachten als knipmuts maken, manden vlechten, stoelen matten en Noordijkse wanten breien. Verder treden de Lebbenbruggedansers uit Borculo op en speelt een draaiorgel zijn deuntjes. Ook de liefhebber van boerenjongens en –meisjes komt aan zijn trekken. De specialiteit is volgens de dames de lekkerste uit de verre omgeving, gemaakt in de 'Koedewe' (een afkorting van de koude weg), de koudste hoek van Noordijk. Ook op het schoolplein van het naastgelegen Haarhoes is van alles te zien, zoals vergeten groenten als boomspinazie en gele bieten.
De twintigste editie van het vetpriezen is op zaterdag 17 november van 10.00 tot 15.30 uur, bij museum Oale Schole, Schoolweg 11, Noordijk.

Meer berichten