Mr. J.P. Drostbrug onthuld door mevrouw Cornelis en Peter Nieuwenhuis; zij wordt
ondersteund door Aart Drost. Foto; Rob Weeber
Mr. J.P. Drostbrug onthuld door mevrouw Cornelis en Peter Nieuwenhuis; zij wordt ondersteund door Aart Drost. Foto; Rob Weeber

Tegen de wil van de Duitsers

Johannes Paulus Drost krijgt brug naar zich vernoemd

Door Rob Weeber

BORCULO - Oud-burgemeester van Borculo Johannes Paulus Drost, zou, zo bleek na de oorlog, een van de slechts vier burgemeesters in Nederland zijn, die bewust ingingen tegen het Duitse bevel om Joden op te pakken en af te voeren naar Westerbork. Zijn heldhaftige daad gedenkend besloot de Historische Vereniging Borculo (Hisvebo) 75 jaar na de oorlog tot het omdopen van de de boogbrug tussen Marktstraat en Veemarkt naar de ‘mr. J.P. Drostbrug’. Door corona werd de plechtigheid een jaar verlegd.

In het bijzijn van de nabestaanden en de oud-burgemeesters van Borculo, Michiel Alma, Hein Bloemen en Nico Gerzee, werd zaterdagmiddag in het gemeentehuis een plechtige bijeenkomst georganiseerd die uitmondde in de onthulling van een plaquette aan weerszijde van de brug. De tekst vermeldt: ‘Mr. J.P. Drostbrug, burgemeester van Borculo, 1941-1943, 1945-1958’. Saillant detail was dat de plaquettes onthuld werden door mevrouw Cornelis, destijds het kindermeisje in de huishouding bij de familie Drost in Huize Casa Cara in de Steenstraat. Zij is de nog enige levende getuige van het voorval op 16 november 1942.

Naast een toespraak door burgemeester Van Oostrum en voorzitter van de Hisvebo Peter Nieuwenhuis, haalde de oudste zoon Aart Drost aan de hand van het persoonlijk archief van zijn vader en de scriptie van E. Tijhuis ‘Burgemeester in oorlogstijd’ de herinneringen aan de gebeurtenissen in de oorlog op. Zijn vader, Rotterdammer Johannes Paulus Drost (1908), werd op 15 oktober 1941 tot burgemeester van Borculo benoemd. Nederland was bezet en de Jodenvervolging zou weldra beginnen.

'2 niet-Duits minnende burgemeesters'
Op 16 november 1942 kreeg Drost de opdracht om zich samen met andere burgemeesters en commissarissen van politie bij de Sicherheitsdienst in Arnhem te melden. Hij werd op die reis vergezeld door de ambtenaar ter secretarie Wentholt. Die ging mee voor het geval Drost iets zou overkomen. In Arnhem kregen ze het bevel om op 17 november na 20.00 uur alle Joden in hun gemeente op te pakken en naar Westerbork af te voeren. Na het bevel klonk er twee keer ‘nee’ in de zaal, een keer van Drost en een keer van zijn collega Martens uit Ermelo. De scriptie van Tijhuis over de weigering vermeldde volgens Aart Drost het nee van ‘2 niet-Duits minnende burgemeesters’. De reactie van de Duitsers werd als volg beschreven: ‘De Duitsers waren over deze mededeling zo verbaasd dat zij eerst begonnen te zeggen dat zij veel ergere dingen hadden moeten doen. Daarna volgden bedreigingen voor vrouw en kinderen van beide weigeraars’.

Na de weigering verzocht Drost de heer Wentholt direct terug te keren naar Borculo en wethouder Soetekouw te informeren omtrent de wens van de Duitsers. Soetekouw op zijn beurt waarschuwde de heer Huizing, hoofd van de illegaliteit, waarop het bericht de Joden bereikte. Een aantal van hen dook onder, een aantal ook bracht de nacht door bij gemeente-veldwachter Wind. Ook de gemeentesecretaris Ynzonides was inmiddels door Drost op de hoogte gebracht. Op 17 november 1942 vroeg Drost per telegram ontslag aan bij de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag. Het telegram vermeldde onder andere: ‘..vraag ik m.i.v. heden eervol ontslag als burgemeester van Borculo i.v.m. mijn verleenden opdracht, U als…’ Op zijn verzoek tot ontslag kreeg Drost geen reactie. Pas op 26 januari 1943 werd de secretaris-generaal door de Duitsers opgedragen hem te ontslaan, zijn pensioen af te nemen en hem te verbieden zich in een straal van 30 kilometer rond Borculo te begeven. Borculo kreeg toen een NSB-burgemeester. Het waarom van die tien weken tussenpauze is nooit achterhaald volgens Aart Drost.

In ere hersteld
Na 1945 bleek dat de andere twee burgemeester-weigeraars de heer De Wit van de toenmalige gemeente Wildervanck en de heer Wytema van de toenmalige gemeente Bijlen waren. Alle vier werden na de oorlog in ere hersteld. Hoeveel Joden er door de actie zijn gered is niet duidelijk, maar vast staat wel volgens Nieuwenhuis dat er ondanks de actie toch nog 87 Joden uit Borculo zijn afgevoerd en omgekomen. Veertig joden hebben hebben de oorlog overleefd en keerden na de oorlog naar Borculo terug, hetgeen in verhouding tot andere plaatsen een groot percentage is.

Eind 1942 dook Drost met zijn gezin onder. Tweede zoon Hans Drost herinnert het zich nog. “Vader zat niet bij ons, maar dook op verschillende plekken onder. Wij zaten met moeder in ’t Joppe in de gemeente Gorssel.” Kleinzoon Paul heeft ook goede herinneringen aan zijn grootvader, maar gaf ook aan dat zijn grootvader nooit over de oorlog sprak. “Slechts een keer heeft hij het verhaal binnen de familie verteld. Dat was ook de enige keer dat ik hem heb zien huilen.”

Dat was ook
de enige keer
dat ik hem
heb zien
huilen

De vier pijlers van de betonnen brug werden door Nieuwenhuis verbonden met de namen Wentholt, Soetekouw, Huizing en Wind, de andere hoofdrolspelers in het verhaal. Burgemeester Drost vertrok in 1958 naar de gemeente Rheden, waar hij in maart 1973 met pensioen ging. Hij overleed in 1996. De middag werd afgesloten met een bezoek aan de Synagoge in Borculo.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden