Oerend Smart | Wijsheid

  Column

De vogel meldde zich met een schreeuw. Zo’n schattig beestje onwaardig, zou je zeggen. Maar als het om de roep van een steenuil gaat, is niet de mens de maat der dingen. De steenuil is dat. Hij had zich geposteerd op een schoorsteen in een woonwijk nabij de dorpsrand. Een rode kater had hem ook in de smiezen. Eerder dan wij. En de uil hem. Zonder enig technisch hulpmiddel doorgronden kat en uil bewegingen om zich heen vele malen sneller dan wij.

Het silhouet van een uil is onmiskenbaar. Ik moest denken aan de binnenkant van het omslag van ‘Peterson’s Vogelgids’. Mijn moeder kocht ooit dat boek, ik heb er vaak in gebladerd. Het plaatje staat in mijn geheugen gegrift – al zit de steenuil in het boek niet op een schoorsteen, maar in een boom. In het echt heb ik ze inderdaad in knotwilgen waargenomen, waar ze graag broeden. Of op een hek of een paaltje. Dit was m’n eerste schoorsteenuil. Door het verdwijnen enerzijds en het veranderen – grootschaliger worden – anderzijds, van het platteland, gaat het bergafwaarts met de uiltjes. Des te intenser de vreugde wanneer zich er eentje vertoont.

Ik lees in het boek ‘Hek’ van Martin Drenthen (uitgeverij Noordboek) met als ondertitel ‘De ethiek van de grens tussen boerenland en natuurgebied’. Terecht stelt hij dat die grens in wezen niet bestaat: de mens is onderdeel van de natuur. Natuur vind je niet alleen in natuurgebieden, maar ook op het platteland. Uilen waren net als katten vrienden van de boeren omdat ze muizen vangen; het steenuiltje lust overigens minstens zo graag kevers en wormen. Natuur vind je in dorp en stad – de bosuil broedt in plantsoenen. Sterker nog, schrijft Drenthen, ook ‘Covid-19’ is natuur, virussen spelen in de evolutie van mens en dier een niet te onderschatten rol. Ons immuunsysteem werd mede dankzij de aanhoudende strijd met virussen zo sterk: virussen houden ons lichaam alert.

De antropocentrische visie op de wereld, betoogt Drenthen – dus het feit dat we onszelf centraal stellen, tot maat der dingen maken – begint af te brokkelen. Het is niet meer, zoals in de negentiende eeuw, voor iedereen vanzelfsprekend dat wolven domweg worden afgeschoten omdat ze het soms op schapen hebben gemunt. Maar we gaan uiteraard nooit het natuurverschijnsel ‘coronavirus’ – hoe fascinerend ook – beschermen. Dat is onmenselijk gedacht…

Het schattige uiltje mag van ons allemaal blijven – blijven krijsen in de avondlucht. Wel zullen we het moeten helpen overleven door het landschap een beetje gevarieerd te houden.
Het ene wel, altijd of soms, het andere niet, of toch? Kwestie van ‘ethiek’, van kritische bezinning op ons doen en laten.
Drenthen zet het in ‘Hek’ helder uiteen, maar ingewikkeld blijft het. Wat is wijsheid?
Eh, wijsheid? Daarvoor moeten we bij de uil te rade gaan. ‘Athene noctua’ heet de steenuil in het Latijn. Athene, de godin van de wijsheid.
Uilen weten meer dan wij, het zijn wijze vogels.
Maar dat is dan misschien weer te menselijk gedacht.

In de columns van journalist Sander Grootendorst staan mens en natuur centraal

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden