Optreden van De Borculose Lebbebruggedansers. Foto: PR
Optreden van De Borculose Lebbebruggedansers. Foto: PR

De Borculose Lebbebruggedansers zijn gestopt

Cultuur

BORCULO – En weer is een beetje Achterhoekse folklore voor het grote publiek verloren gegaan. Op 1 februari besloot het bestuur van de folkloristische dansgroep De Borculose Lebbebruggedansers de vereniging officieel op te heffen. Belangrijkste oorzaken zijn de vergrijzing van het ledenbestand en het gebrek aan opvolging door de jongere generaties.

Door Rob Weeber

De dansgroep werd opgericht op 17 februari 1982. Voor de naam werd toestemming verleend door het Museum De Lebbenbrugge, met als voorwaarde dat er een keer per jaar werd opgetreden. Aan tafel zitten ex-voorzitter Harm van Egmond (77) uit Haarlo en ex-secretaris Paul Kox (70) en zijn vrouw Marijke (67) uit Neede. “De vergrijzing was ook bij ons zichtbaar,’ geeft Marijke Kox aan. “Ons oudste lid is 85 jaar. Bij het boerendansen til je de benen hoog op. Dat stamt uit de tijd waarin de deel nog met leem belegd en dus een ongelijk vloer was. Dat werd voor sommige leden steeds lastiger. Ook schouderproblemen bij de heren zorgden ervoor dat de dames niet meer onder de arm door konden draaien. Uiteindelijk hielden we minder dan zes dansparen over, het minimum om een goede show neer te kunnen zetten.”

De string van de 19de eeuw
Boerendansen wordt in ouderwetse kledij gedaan, gedragen rond 1900. “De boeren in de Achterhoek behoren tot de ‘arme tak’ van de boerenstand als het gaat om kledij”, legt Marijke uit. “Je had een zondagse dracht en een doordeweekse dracht. Alleen zondags liepen de boeren op schoenen. Klompen zouden teveel lawaai gemaakt hebben als je te laat de kerk binnenkwam. Onder de rok hadden de dames zwarte kousen en een lange, witte onderbroek. Ik zeg wel eens gekscherend, dat dit de string van de 19de eeuw is.”

Op ‘blote voeten’ naar huis
De vereniging kende vele hoogtepunten, in binnen- en buitenland. “We hebben in bijna de gehele wereld opgetreden,” zegt Paul Kox, “onder meer in de VS, Mexico, Indonesië, Zuid-Korea en Japan. Verder hebben we heel Europa gezien. De reis naar Indonesië bijvoorbeeld was heel speciaal. De toenmalige sultan van Borneo dronk met ons een borreltje en wilde een stel klompen hebben. We reisden overigens altijd ‘op blote voeten’ terug naar Nederland. Iedereen was gek op onze blank geschuurde klompen en we gaven ze dan ook altijd weg. Die optredens waren wel inspannend. We moesten veertig minuten dansen.”

Getrouwd in stijl van boerenbruiloft
Dichter bij huis waren ook veel successen te vieren. Zo werd er tijdens het 12,5-jarig bestaan een internationaal festival georganiseerd bij de Buitensingel in Borculo met dansgroepen uit Italië, Duitsland en Denemarken. Ook het 25-jarig bestaan in 2007 werd groots gevierd, onder meer door de organisatie van de Nationale folkloredag met 250 deelnemers. Ook de toen bestaande, omliggende boerendansverenigingen zoals de Plaggemeiers uit Rekken en de Havezathe dansers uit Neede, deden mee. Het jaar 2007 was ook in een ander opzicht een memorabel jaar. Ex-voorzitter Harm van Egmond trouwde dat jaar met accordeoniste Mielke Sijmonds, geheel in stijl van een ouderwetse boerenbruiloft rond 1900. De bruid werd door de bruidegom met paard en open wagen opgehaald. Vlak voor haar huis was een touw gespannen. Voordat de stoet verder mocht, moest er eerst een borreltje gedronken worden.

Het verdwijnen van De Borculose Lebbebruggedansers wordt zeker als een gemis gezien. “Het was een gezellige vereniging met veel saamhorigheid”, legt Paul uit. “Op het hoogtepunt hadden we zestien dansparen. Maar je moet accepteren dat er tegenwoordig door de jeugd geen belangstelling meer is voor dergelijke tradities. Verder eist de vergrijzing zijn tol. Dat was ook al zo met de jaarlijkse koetstochten, die we vanaf het Museum De Lebbenbrugge organiseerden. Op een gegeven moment stopt het.”

Wat wel blijft, zijn de herinneringen, fotoalbums, het eigen vaandel en de liederen, zoals het clublied op de melodie van ‘Daar bij die molen’ (In onzen mooie Achterhook, ligt het stadje Borculo….) en het Achterhoekse volkslied (’t Gif moar ênen Achterhook…)  dat voor aanvang van iedere optreden in het buitenland werd gezongen. En de belangrijkste dans? Dat is zonder twijfel ‘De Driekusman’, aldus Marijke.

Kledingpresentatie van verschillende beroepen rond 1900, boer, veldwachter, doktersassistente et cetera. Foto: PR
Het vaandel van De Borculose Lebbebruggedansers. Foto: Marjan Wildeman

Advertenties doorgeplaatst vanuit Aalten Vooruit