Astrid Schutte. Foto: Ruud Pos
Astrid Schutte. Foto: Ruud Pos

8 keer 8erhoeks met Astrid Schutte

8 keer 8erhoeks met Astrid Schutte

Favoriete plek in de Achterhoek:
“Dat is Zutphen. Het uitzicht vanaf de IJsselkade vind ik geweldig: de IJssel, maar ook het voormalige tuindersdorp De Hoven, waar mijn vaders familie vandaan komt. Intrigerend dat je er een mengeling ziet van culturen in de gebouwen: de Middeleeuwse, Jugendstil, en dat er van oudsher veel antroposofen wonen. Dat zie je onder meer terug in het winkelaanbod. Natuurlijk ook Baak, maar dat is vooral vanwege de mensen die zo vriendelijk zijn en me bovendien geweldig hebben geholpen bij mijn onderzoek voor De laatste heer.”

Mooiste bedrijf/organisatie in de Achterhoek:
“Als ik door de streek fiets kom ik veel zorgboerderijen tegen. Ik vind het heel leuk dat zulke agrarische bedrijven toch een nieuwe bestemming krijgen. Ik houd natuurlijk ook veel van de kastelen, die de eigenaren soms met veel kunst en vliegwerk, in stand proberen te houden. Het liefst bezoek ik de huizen, maar ook als je alleen de tuinen kunt bezoeken, zoals bij De Wiersse in Vorden, vind ik dat leuk.”

Mooiste gebouw in de Achterhoek:
“Dat is natuurlijk Huis Baak in Baak, dat een hoofdrol speelt in mijn boek. Als kind heb ik er veel herinneringen aan: schaatsen op de slotgracht, in de vroegmis zingen bij de nonnen, ’s zondags wandelen met mijn ouders over de Singelwal, die rond het kasteel loopt. Toen ik onderzoek ging doen mocht ik ook een paar keer binnenkijken. Het is erg veranderd in de loop der tijd maar die prachtige 18e-eeuwse, weelderige stucplafonds zijn er nog altijd.’

Meest inspirerende Achterhoeker:
“Dat is mijn vader. Hij werd jong wees, werd van school gehaald en had geen makkelijke jeugd. Maar door hard werken en zelfstudie werd hij uiteindelijk directeur van de lokale Rabobank. Hij heeft me geleerd: vertrouw op jezelf, wat mensen om je heen ook zeggen. Je kunt vaak bereiken wat je wilt, als je je maar inzet.”

Favoriete Achterhoekse artiest/kunstenaar:
"Een tijd geleden ontdekte ik dat in Vorden het Museum voor Achterhoekse Schilderkunst staat. Daar ga ik binnenkort zeker naartoe. Als ik in Zutphen ben, ga ik graag naar Museum Henriëtte Polak. Nu is daar ook een expo over Jeanne Oosting, over wie Jolande Withuis zo'n prachtig boek heeft geschreven. Ook Arnold Niessen's inkttekeningen op rijstpapier hangen er.”

Lekkerste Achterhoekse gerecht/drank:
"Ik weet niet zeker of het uit de Achterhoek komt, maar ik houd van hete bliksem met spek. En verder ben ik, dankzij mijn grootouders die allebei tuinders waren, dol op groente van de koude grond. Voor mij liever een bord boerenkool dan een biefstuk!”

Mooiste Achterhoekse lied:
“Ik ben al jong verhuisd en ken eigenlijk maar één echt Achterhoeks lied: het Baaks volkslied, dat ik op de lagere school heb geleerd. Dat begint zo: Woar de Boakse Becke en de Loacke streumt. Heel ernstig was de meester toen hij ons het lied aanleerde. De tekst werd niet toegelicht; waarschijnlijk was ik het enige kind in de klas dat niet wist waar de ‘Locke’ stroomde. Later ontdekte ik dat dit de Bakerwaardsche Laak was.”

Mooiste Achterhoekse uitdrukking:
“Joa. Dat vind ik als iemand die taalkunde gestudeerd heeft zo’n fantastisch woord, waarmee de Achterhoeker ‘nee’ kan zeggen op een vriendelijke manier. De Engelsen hebben daarvoor: ‘quite’ of ‘indeed’. Hij lijkt op instemming, maar geeft de ruimte om daarna toch iets anders te doen. Het woord past heel goed bij de eigenzinnige Achterhoeker, vind ik.