De jeugdige vogelspotters. Foto: H. Leever
De jeugdige vogelspotters. Foto: H. Leever (Foto: )

Blauwborst laat zich niet zien aan jeugdige vogelspotters

HAAKSBERGERVEEN - Ze hebben heel veel gezien en heel veel gehoord, maar de vogel waar het eigenlijk om begonnen was heeft zich niet laten zien aan de vijf jeugdige vogelspotters: de blauwborst.

Met de verrekijker om hun nek lopen de vijf kinderen onder begeleiding van Henk Leever door het Haaksbergerveen, op zoek naar de blauwborst. Het roodborstje kennen deze kinderen allemaal als gewone tuinvogel, maar ze zouden ook graag de blauwborst in de kijker krijgen en daarvoor moet je naar een veengebied. De blauwborst is een kleine zangvogel, waarvan het mannetje een blauwe kin en borst heeft. Vanaf maart is deze vogel weer te zien in natte, insectenrijke gebieden als het Haaksbergerveen. Als de blaadjes nog niet aan de bomen zitten, is hij dan geregeld goed waar te nemen, zingend vanaf een hogere berkentop. Henk heeft zijn oren dan ook op 'scherp' staan, hopend een blauwborst te horen.
In afwachting daarvan wordt elke vogel op zicht of geluid bij naam genoemd. Meteen vallen de grauwe ganzen op, die onrustig overvliegen. De fitis laat overal zijn liedje horen, van hoog naar laag een soort: 'Hiep, hiep, hiep....hoera'-deuntje. Het kleine, bruin-gele vogeltje wordt ook met de kijker gespot, evenals de tjiftjaf die er qua uiterlijk veel op lijkt, maar voortdurend slechts zijn eigen naam roept: tjif-tjaf...tjif-tjaf.
Terwijl de vogelspotters hun kijkers op twee eekhoorns hoog in de bomen gericht houden, schieten enkele mountainbikers langs hen heen. Een van hen kijkt nieuwsgierig omhoog maar botst tegen een paaltje en valt. Gelukkig staat hij weer snel op en moet er zelf om lachen, mountainbiken en vogels spotten is geen goede combinatie.
Wat de spotters wel horen zijn boomklevers, boomkruipers, zanglijster, winterkoning, fazant, vink, koolmees, rietgors en pimpelmees. Maar de blauwborst laat zich niet zien of zelfs maar horen. Hoog in de lucht zweeft buizerd op de thermiek waarbij hij lastig gevallen wordt door kokmeeuwen. Na een korte pauze vinden de kinderen in een wat meer open gebied een broedende gans en dan opeens langs het pad een adder, die zich in de zon ligt op te warmen. Er worden voorzichtig wat foto's gemaakt en de slang wordt goed bekeken, de kinderen kunnen zijn kop en ogen duidelijk zien. Een eindje verderop liggen er nog twee, maar voor de blauwborst zullen de kinderen nog een keertje moeten terugkomen.

Meer berichten