
Jacqueline Buhler is eigenaar van tekstueel adviesbureau TAB en trouwambtenaar in de gemeente Bronckhorst. Ruim vijfentwintig jaar was ze docent Nederlands aan het Isendoorn College in Warnsveld. Ze schreef mee aan diverse lesmethoden.
Gebroddel, gebroddel en niets dan gebroddel
OpinieEen tijdje terug werd het nieuwe politieke jaar afgetrapt met de troonrede. Heel politiek Den Haag was daarbij aanwezig en luisterde aandachtig naar onze Koning. De twee dagen erna vonden de Algemene Politieke Beschouwingen plaats in de Tweede Kamer, en daar moest ook nieuwbakken premier Schoof aan de bak.
Zonder een oordeel te vellen over zijn politieke inhoud viel me wel op dat premier Schoof een haastige spreker is. Hij praat snel, waardoor hij soms minder goed te volgen is en zich soms verspreekt. Dergelijke versprekingen noemen we ‘broddelen’. Broddelen staat vloeiend spreken in de weg, je wordt er (deels) onverstaanbaar van. Nu is er bij echt broddelen sprake van een stoornis in het spreken, maar zo ver wil ik bij de premier niet gaan. Misschien was hij ook wel een tikkeltje nerveus, wat mijns inziens best voorstelbaar is.
Broddelen - als je brein een sprint wil trekken, maar je mond al bij de start struikelt - levert vaak ook heel grappige versprekingen op. Zo hoorde ik laatst iemand vol trots vertellen dat het diëten en het harde werken in de sportschool zeer effectief was geweest. “Ik heb nu een sekspik...”
Het duurde héél even voordat ik in de gaten had dat het om zijn goedgetrainde en goedgevormde buikspieren ging en ik kon een glimlach niet onderdrukken. Een dergelijke verspreking wordt een foneemwisseling genoemd: de spreker wisselt klanken om waardoor onjuiste woorden ontstaan. Bekend voorbeeld is ook wel de ‘verkrachte eenden’ (vereende krachten). Of een vriend van me, die enorm genoten had van zijn deelname aan de ‘pipkwus’. Het zijn van die versprekingen die je onbewust maakt, want zodra je erover nadenkt, lukt het je niet!
Er bestaan ook zogenaamde anticiperende fouten, als de spreker vooruitloopt op een klank die gaat komen. In plaats van bijvoorbeeld ‘onmiddellijk’ zegt hij dan ‘onlimmedik’, of ‘buikdoot’ in plaats van ‘duikboot’.
Hoe dan ook, we broddelen met z’n allen heel wat af. Voor taalkundigen is het niet problematisch, maar kan het juist leiden tot een dieper begrip van hoe taal functioneert. Het laat namelijk ook zien hoe veerkrachtig communicatie is, ondanks de foutjes. Nu maar hopen dat Den Haag ook zo veel veerkracht laat zien de komende tijd...










