
Kwijt
OpinieHet schier onmogelijke is gebeurd: Ik ben mijn éne leesbril kwijt. “Wie heeft verd*** mijn leesbril gepakt!”, riep ik door de kamer. Ik woon alleen natuurlijk, maar toch. Mijn leesbrillen liggen altijd op dezelfde plekken: één in het houten kistje in de achterkamer waar ik ’s morgens tijdens het ontbijt mijn boek schuin tegenaan zet. Een andere ligt in de voorkamer in de vensterbank naast de stoel waar ik tijdens de koffie een sudoku maak. En de laatste zit in het zijvak van de rugzak waar de zwarte map en de muziekstandaard inzitten voor mijn Harreveldse koor-uitstapje op donderdagavond.
‘Daar heb je het al, dement,’ denk ik en ik zie mij al in mijn toekomstige kamertje in mijn peignoirtje rond schuifelen met een sudokuboekje in mijn bibberende vingertjes… “Hield u daar van, vrouw Erp, van puzzeltjes? Nee dat gaat niet meer he? Kom maar mee naar de groep. Dan krijgt u een kopje thee.”
Ik ben echt een beetje van mijn à propos. Ik ben namelijk nooit iets kwijt.
Ooit, tijdens de weken voor Kerst waarin de oudste leerlingen van de lagere school waar ik werkte de lokalen mochten versieren, hoorde ik in de gang iemand roepen: “De niettang is leeg! Wie heeft er nieuwe nietjes?” Het antwoord staat me nog altijd bij: “In het bureau van juf Mirjam, derde la rechts achterin!”
Ik heb mijn gestructureerdheid niet van een vreemde overigens. Mijn vader had in de garage een werkhoek, en aan alle planken had hij dekseltjes geschroefd met daaronder glazen potjes, voorzien van keurige etiketten met opschriften als ‘kopspijkers klein’, ‘kopspijkers groot’, ‘schroeven bol’ en ‘schroeven plat’. Zijn karakteristieke handschrift met de Griekse delta siert nog altijd de oude ansichtkaartendoos van mama, die hij na haar heengaan liefdevol bombardeerde tot ‘Batterijen allerlei. Batterijen zaklamp naast voordeur. Batterijen noodradio.’
Zo zien jullie gelijk ook even op welke gebieden mijn vader zijn tijd ver vooruit was. In negentien achtennegentig had hij al een noodradio! Verder was hij niet modern of hip. Het verbaasde mij dan ook hogelijk toen ik ooit tijdens een logeerpartij een ware computer aantrof in de Buitenschans. “Wat krijgen we nu? Worden we modern?” vroeg ik. Papa glunderde en zei: “Ik ben de koning te rijk. Ga maar eens mee.” Hij ging mij voor naar de studeerkamer. Daar, op vijf loeistevige planken, straalden twintig gloednieuwe ordners mij tegemoet. “Kijk dan! Kijk wat ik allemaal op het Web heb gevonden over Augustinus. Ik heb het allemaal uitgeprint. En ik heb nog lang niet alles!” De rug van elke map was voorzien van een fraai papa-etiketje. Met zijn fraaie handschrift, altijd met dezelfde zwarte pen. Ik koester de herinnering!
Nu bedenk ik opeens waarom ik mijn leesbril kwijt ben. Er zit geen etiketje op.
Aha!










